Fort Blauwkapel

Fort Blauwkapel is een van de grootste forten van de Hollandse Waterlinie en werd rondom de bestaande buurtschap Blauwkapel aangelegd. De eerste schriftelijke gegevens van een reeds lang bestaande kapel op die plaats dateren van 1408. Waarschijnlijk hebben zij betrekking op de huiskapel van de familie Van Veen. Deze bewoonde de heerlijkheid Veen, een versterkte boerderij aan de Gageldijk. Rond de kapel ontstond een kerkdorp met de naam Voordorp, dat de oudste buurtschap was in het gerecht Oostveen (de latere gemeente Maartensdijk). Toen in 1451 de kapel verbouwd werd, werd deze van binnen blauw geschilderd en werd de "Blaue Capel" genoemd. Geleidelijk werd deze naam gebruikt voor de hele buurtschap en verdween de naam Voordorp.

Het huidige fort werd ter plekke van oude versterkingen uit de 18e eeuw gebouwd en dateert uit 1818-1821. Het fort heeft een vierhoekige grondvorm met in elke hoek een bastion (vijfhoekige gemetselde of aarden uitbouw van een verdedigingsmuur of wal). Aan de noordoostzijde, waar de vijand verwacht werd, bevonden zich oorspronkelijk twee ravelijnen (verdedigingseilanden in de hoofdgracht). Aan de stadskant bevindt zich in het fort een reduit (verdedigingswerk dat als laatste toevluchtsoord dient van de verdedigers). Het fort bestond oorspronkelijk uit aarden wallen die beplant waren. Later werden hier militaire gebouwen aan toegevoegd.
De beplanting bestaat uit els, es, iep en wilg die werden gebruikt voor brandhout en om er afrasteringen van te maken. Meidoorns dienden als natuurlijk prikkeldraad. Grote bomen als eik en kastanje moesten de vijand op afstand de indruk geven dat er sprake was van een natuurlijk onderdeel van het landschap.

Functies
Het genie-register van de Vesting Utrecht (1881) geeft fort Blauwkapel vier functies:

  • verdediging van de spoorwegen naar Amersfoort en Hilversum, de Maartensdijkseweg en de waterkeringen in het omringende inundatiegebied;
  • samen met de forten Ruigenhoek en Voordorp de vijand zover mogelijk van de oostzijde van Utrecht houden;
  • verdediging van o.a. de Voordorpsedijk wanneer bij vorst de vijand over het ijs zou optrekken;
  • hoofdsteunpunt van de verdediging van het vak Biltstraat- De Gagel.

Verbeteringen
Halverwege de 19e eeuw worden de aarden wallen van het fort verhoogd en verzwaard. Op het reduit wordt (1849-1852) een bomvrij wachthuis gebouwd. Het wachthuis biedt plaats aan zo´n 70 militairen, 4450 kg buskruit en rekken voor de opslag van munitie. Na de invoering van het getrokken geschut (± 1860) brengt men een dikke laag aarde om het wachthuis aan zodat het metselwerk beschermd is tegen inslagen. Het noordelijk ravelijn is op dat moment al verwijderd. Het strategisch belang van het fort neemt toe na de aanleg van de Centraal Spoorweg (1863) en de Oosterspoorweg (1874), die vlak langs het fort lopen en met geschut verdedigd kunnen worden. Na het aannemen van de Vestingwet (1874) die bepaalt dat de verbetering van de Nieuwe Hollandse Waterlinie prioriteit krijgt, wordt ook fort Blauwkapel weer aangepast. Er worden twee bomvrije kazernes (waarvan er nog één rest), enkele remises (overdekte, bomvrije schuilplaatsen voor geschut), schuilplaatsen voor manschappen en kleine munitiedepots gebouwd. Blauwkapel krijgt in deze periode ook een verbinding met fort De Bilt die door een hoge aarden wal wordt beschermd. Via deze 'gedekte gemeenschapsweg' kunnen militairen en materieel verplaatst worden zonder last te hebben van vijandelijk vuur. De gedekte weg bestond uit de Hogedijk (nu Jordanlaan genoemd) en de Ezelsdijk (die ongeveer liep, waar nu de Esveldstraat en de Huizingalaan lopen). De wallen werden aangelegd door ter plekke grond uit te graven. Daardoor ontstonden met water gevulde kuilen. Langs de Hogedijk werd die kuil "De Put" genoemd. Bij de aanleg van de Huizingabuurt en Tuindorp Oost midden zestiger jaren van de vorige eeuw verdwenen de wallen, maar De Put bestaat nog en vormt de grens tussen Tuindorp en Tuindorp Oost.

Met dank aan René van Dijk, rentmeester en Menno Smit, adviseur bouwhistorie forten van de Dienst Stadswerken.

Deel 2:De periode 1885 – 1960 »»     3e en laatste deel »»