De geschiedenis van het gebied "Tuindorp Oost"

Deel II: De periode van 1795 tot 1954

In 1795 maakten de gerechten plaats voor municipaliteiten, en vanaf 1813 voor gemeenten. Deze hadden geen rechterlijke macht meer, maar functioneerden alleen nog als bestuursorgaan. Het gerecht Oostveen ging bijna naadloos over in de gemeente Maartensdijk. De gemeente besloeg het hele gebied tussen Utrecht en Hilversum en was tot 1954 de op één na grootste gemeente in oppervlakte van Nederland (ca. 20 km. bij 5 km.). In 1823 werd het gebied rond de gasfabriek aan de Blauwkapelseweg door annexatie bij Utrecht gevoegd.
Vanaf het begin van de 19e eeuw komen we de naam Voordorpse Landen niet meer tegen. Het gebied heet van dan af Voorveldsche Polder.

Rond 1820 werden in opdracht van Koning Willem I de forten Blauwkapel en De Bilt aangelegd als onderdelen van de Hollandse Waterlinie. Naar aanleiding van de Frans-Duitse oorlog (1870-1871) werd bij wet van 1873 besloten de verdedigingswerken te verbeteren door het aanleggen van "gedekte gemeenschapswegen", wegen, die door een dijk beschermd werden. De Hoge Dijk en de Ezelsdijk maakten deel uit van het stelsel.

De Hogedijk werd aangelegd langs het stuk Blauwkapelseweg, dat sinds 31 oktober 1958 Prof. Jordanlaan heet (vanaf de bevrijding heette de Hogedijk President Rooseveltweg). Aan de oostzijde van de Hogedijk werd ca. 1879 een hoge beschermwal aangelegd, waarlangs men ongezien troepen en geschut kon verplaatsen van fort De Bilt naar fort Blauwkapel. De grond, die nodig was voor de wal, werd ter plekke uitgegraven. Zo ontstond een gracht, die tot de dag van vandaag bekend staat als De Put. De wal werd in de zestiger jaren geslecht, de Put bleef. Vaak wordt de Put verward met Het Zwarte Water. Het Zwarte Water loopt echter vanaf de Vecht langs de Zaagmolenkade, door Tuindorp (de polder Twaalfhoeven), langs de Leonard Fuchslaan, ondergronds langs de Reinwardtlaan en komt uit bij Blauwkapel.
De Hogedijk vormde samen met de Kapelstraat en de Blauwkapelseweg de rijksweg van Utrecht naar Hilversum.

Gezicht op de Tol vanaf de Blauwkapelseweg Gezicht op de Hogedijk met de wal. Rechts de Ezelsdijk. Op de voorgrond het begin van de Blauwkapelseweg. Foto door A.C. Thomann tussen 1895 en 1905.

De Ezelsdijk was het gedeelte van de Hooftdijk, dat van het huidige Eykmanplein via de Esveldstraat en de Huizingalaan liep en op het einde naar rechts afboog om over te gaan in de Willem Barentszstraat. Toen de Oosterspoorbaan door de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij was aangelegd, was de afbuiging net achter de overweg. In 1896 werd het laatste deel verlegd naar het oosten en kwam via de Heemskerkstraat in het midden van de Willem Barentzstraat uit. Wel bleef er een voet/fietspad langs het spoor. Dit pad is nog steeds in gebruik. Links van de knik kwamen in de dertiger jaren de MIT-(tennis) banen, die 's winters dienst deden als ijsbaan. De Hoofddijksche Wetering liep langs de Ezelsdijk. Hoewel de Ezelsdijk ongetwijfeld gebruikt werd voor transporten vanaf fort De Bilt, zijn er toch geen aanwijzingen, dat ook hier een wal werd opgeworpen. Het was dan ook geen "gedekte" weg.

Het is gissen, waaraan de naam Ezelsdijk te danken is. Er zijn veel verklaringen in omloop, die alle iets aantrekkelijks hebben, maar tegelijk onbewijsbaar zijn. Het lijkt aannemelijk, dat er een verband is tussen de oude naam van de Willem Barentsstraat (Ezelsweg) en de naam Ezelsdijk. Beide liepen immers in elkaars verlengde. Op de hoek van de Willem Barentzstraat en de Biltstraat lag de Ezelsbrug.

Tolhuis Koningslust Tolhuis Koningslust. Gezicht op het Oude Tolhuis aan den Blauwkapelschen Weg bij Utrecht. Potloodtekening door K. Roelants 1933/1934. Rechts is nog net het begin van de Ezelsdijk te zien. Achter de slagboom de verdedigingswal langs de Hogedijk.

Bij de ingang van de Hoge Dijk was sinds 3 september 1834 een tol, in het begin voor koetsen, later voor auto's en fietsen, vanaf 1923 alleen nog voor auto's. Het witte tolhuis stond aan de Ezelsdijk bij de toegang tot de Hogedijk, ongeveer op het midden van de oostelijke lus van het Eykmanplein tussen het Eykpunt en de rijschool Veronica. Het werd gesloopt bij de aanleg van de Eykmanlaan op de grond van de vroegere Volksbondtuinen. Deze volkstuinen werden vanaf 22 februari 1913 verhuurd door de Bond tegen het Drankmisbruik en verhuisden bij de aanleg van de Eykmanlaan naar de Winklerlaan. De naam werd gewijzigd in: De Driehoek.

In 1935 werd de tol verplaatst naar het einde van de Hoge Dijk ter hoogte van de Magnuslaan. Dit, omdat er via Tuindorp een sluiproute was ontstaan. De laatste tolbaas Goof Verheul was in 1949 een speeltuin begonnen. Aanvankelijk met ups en downs, maar op 1 juli 1952 kon speeltuin De Pan officiëel worden geopend. Toen de tol op 1 april 1953 werd opgeheven, werd Verheul fulltime speeltuinbaas.
De annexatie van de Voorveldsche polder door Utrecht op 1 januari 1954 luidde een nieuwe fase in in de ontwikkeling van het gebied.