Vogels in Tuindorp Oost

Natuurlijk zijn er vogels in Tuindorp Oost, zult u denken, maar dat er zoveel verschillende soorten zijn, zal veel mensen verrassen:

Algemeen komen voor: (als er niets achter is vermeld komt hij het hele jaar door voor)

Boomkruiper
Ekster
Geelgors
Goudhaantje
Groenling
Heggenmus
Houtduif
Huismus
Koolmees
Kopmeeuw / Kokmeeuw
Kouwtje
Kraai
Meerkoet
Merel
Mus
Pimpelmees
Putter
Reiger
Ringmus
Roodborst
Slagvink
Specht Middelste Bonte ('s zomers)
Spreeuw
Staartmees
Tjiftjaf (vanaf maart, 's zomers)
Tuinfluiter ('s zomers)
Turkse Tortel
Vink
Vlaamse Gaai
Waterhen
Wilde Eend
Winterkoning
Zilvermeeuw
Zwartkopje ('s zomers)

Overvliegend:
Bosuil
Buizerd
Fitis ('s zomers)
Gierzwaluw ('s zomers)
Havik
Koekoek ('s zomers)
Sperwer
Torenvalk
Zanglijster

Wintergasten:
Fazant
Goudvink
Kieviet
Koperwiek

Voor het eerst deze winter:
IJsvogel

Vogels in de stadnatuur
Vogels zin is vooral ook een kwestie van vogels hren. Je moet dus luisteren. Om dat te leren kun je natuurlijk met een vogelkenner meegaan, maar een andere mogelijkheid is om een CD of een cassettebandje te kopen met vogelgeluiden. Een bankje op het complex van De Driehoek is een geschikte plek om de opgedane kennis in praktijk te brengen. Daar zit je rustig en er is heel wat "leven", ondanks de nabijheid van het spoor en de Eykmanlaan. Maar ga dan wel heel vroeg in de morgen. Misschien hoor je de heggenmus zingen of de tjiftjaf (te herkennen aan een heel specifiek 'tjiftjaf-geluid). De tjiftjaf keert elk jaar op dezelfde dag terug van zijn overwintering in Afrika. Die vogeltjes komen na zo'n lange reis op dezelfde plek terug als waar ze het ouderlijk nest verlaten hebben; ze weten die exact te vinden.
Kleine vogeltjes als de heggenmus, tjiftjaf, mezen en winterkoninkjes hebben in het seizoen twee tot drie legsels van elk vijf tot zes eitjes. Als ze geluk hebben overleeft van elk nest n jong. De uitdrukking "er wordt meer gestorven dan geleefd in de natuur" is wel erg toepasselijk. Verantwoordelijk voor die hoge sterfte zijn ondermeer de vlaamse gaai, de ekster en de kauw. Alle drie komen ze voor in Tuindorp Oost. Ze afschieten heeft niet zoveel zin. Je kunt beter een paar jaar wachten: als er weinig vogeltjes als prooi zijn, dan neemt ook het aantal van deze aaseters af en krijgen de kleine zangvogels weer kans. Zelfs in een verstedelijkte wijk als de onze is er dus sprake van een natuurlijk evenwicht.

Vogels voeren
Omdat vogels altijd wel ergens voedsel vandaan halen, is het onnodig om brood te voeren. Het is bovendien te zout voor vogels. Er zijn mensen, die in hun goedheid menen de duiven te moeten voeren. Daar kan men beter meteen mee stoppen. Stadsduiven zijn perfect in staat hun eigen kostje op te scharrelen. Een gezonde stadsduif weet heel goed, waar hij slakjes en zaden kan vinden, net als in de vrije natuur. Het voeren van duiven daarentegen heeft verschillende nare gevolgen:

    De duivenpopulaties groeien door het overmatig voedselaanbod zeer snel, wat grote overlast van gekoer en vervuiling veroorzaakt.
  • Er komt veel inteelt.
  • De duivenpopulatie verzwakt; de gezondheid holt achteruit. Een gezonde duivenpopulatie wordt mede bepaald door het van nature aanwezige voedselaanbod.
Bovendien: bij voeren blijven er altijd restjes liggen, waar ratten en ander ongedierte op af komen. Natuurlijk kan men, als het vriest, de eendjes in De Put bij de Jordanlaan voeren, maar ook daar zullen de ratten er het meeste van snoepen. Wacht liever tot er een oproep in de media wordt gedaan.
Wel kan het zinvol zijn om vet te geven voor andere vogels: zaad, pinda's en vetbollen. Maar ook een klontje afgedankt frituurvet voldoet prima. Wel trekt u daar veel spreeuwen mee aan. Dat zijn weliswaar kwajongens, maar wl vrolijk en ze hebben ook honger. Voor de merel kunt u overigens heel goed een oude appel neerleggen. Belangrijker dan eten is vaak een bakje water. Niet zo groot, dat ze er in kunnen baden en als het vriest het water regelmatig vervangen.
Net als het voeren van brood is eigenlijk het plaatsen van nestkastjes overbodig (maar wel leuk). Maakt u ze wel ieder jaar grondig schoon om de vogeluis te verwijderen. Wist u overigens hoe een vogel van die luis afkomt? Met zijn vleugels uitgespreid in de zon op het gras wacht hij tot de mieren komen, die vervolgens de luizen opeten.

Vogels uitzonderlijk? Soms wel.
In de winter komen vogels voor op onverwachte plaatsen. Zo was er een paar jaar geleden een groep koperwieken in en rond de hulststruikjes aan de kop (noordkant) van het Kouwerplantsoen. Het was toen zeer bar en koud. Normaal zijn koperwieken vrij schuw en komen niet naar waar veel huizen staan.
Zo'n paar hulststruikjes is dan in 2 dagen geheel ontdaan van bessen. En de merels zijn de rest van de winter zielig want die moeten het doen met wat anders. Gelukkig zijn er mensen die appels op voedertafels leggen, en merels zijn niet mensenschuw.

Een fazant komt eigenlijk nooit voor in stadstuinen. Toch zat er een paar jaar geleden een fazant op de schutting van een achtertuin in het Kouwerplantsoen. Naderhand kwam het dier geregeld in achtertuinen kijken of er wat te halen viel.

Dat was hetzelfde jaar dat er plotseling een groep van 15 of 20 kievieten op het Kouwerplantsoen wormen aan het zoeken was. Tja. Alle weilanden in de uitgebreide omgeving waren toen diep bevroren. Dan zitten de wormen dus ook diep.

Opmerkelijke vogels
De winterkoning is toch wel een erg klein vogeltje. Het haantje is echter een echte macho. Hij bouwt in het voorjaar 3 tot 5 nestjes, en tracht vervolgens zoveel mogelijk hennetjes te versieren om al die nestjes vol te krijgen. 2 a 3 Nestjes per "keer" zijn geen uitzondering. Dit is dus in alle opzichten een "hard werkend beestje". Daar komt bij dat zijn stemgeluid van dien aard is dat het telkens weer verrassend is, dat hij met zijn kleine lijfje niet achteruitfloept van de herrie tijdens het fluiten. De hennetjes hoor je niet. (!)

Enige tijd geleden vloog een flinke jonge havik door de ruit een badkamer binnen aan het Kouwerplantsoen. De vogel was wat versuft. De bewoner heeft hem bij kop en staart gepakt en het raam weer uitgezet. Wat was er gebeurd? De jonge havik was uit het territorium van zijn moeder gezet. Hij kreeg honger. Hij ziet een mals duifje en zet de achtervolging in. Maar in zijn onervarenheid weet hij niet, dat het een wedstrijdduif is. Die accelleert, vliegt op het raam af en zwenkt op het laatste moment af. De havik lukt dat niet.