Fort Blauwkapel - Onderdeel van de Hollandse waterlinie

In de tachtigjarige oorlog (1568-1648) maken de Staten van Holland en Utrecht voor het eerst op grotere schaal gebruik van de mogelijkheid om gebieden onder water te zetten. Verovering of herovering door de Spanjaarden wordt zo voorkomen. Bekend zijn de inname van Den Briel door de Watergeuzen en het ontzet van Leiden. Beide zijn mogelijk omdat de omliggende gebieden onder water waren gezet. De Spaanse landvoogd Alva beklaagt zich hierover in een brief aan de Spaanse koning: "Om alle oorden, ja zelfs het allerellendigste gat ligt een greppel vol water, waar eerst een brug over moet worden gebouwd vóór men kan oversteken".

Nieuwe Hollandse Waterlinie
De Staten van Holland en Utrecht laten onderzoeken waar met behulp van "inundaties" (onder water zetten) en militaire versterkingen een verdedigingslinie aangelegd kan worden. Zo ontstaat wat later de Oude Hollandse Waterlinie zou gaan heten. In het Rampjaar (1672) blijkt de linie een onoverkomelijke hindernis voor de Fransen die ons land binnen vallen. In het begin van de 19e eeuw wordt besloten ook de stad Utrecht binnen de linie te brengen. Utrecht wordt daarmee het centrum van de Hollandse Waterlinie.

Rondom Utrecht
Rondom Utrecht worden in de jaren 1816-1824 onder andere de forten Aan de Klop, De Gagel, Blauwkapel, De Bilt en de vier Lunetten (halvemaanvormige verdedigingswerken) gebouwd. De Nieuwe Hollandse Waterlinie steunt ook rondom Utrecht op inundaties.
Door het gebied slechts tot kniehoogte onder water te zetten zijn de wegen en sloten niet zichtbaar. Met troepen en geschut door het gebied trekken of varen is hierdoor vrijwel onmogelijk. Forten beschermen de waterkeringen, de inlaatpunten en de gebieden die niet onder water kunnen worden gezet.
In de periode 1840-1860 krijgen de meeste forten, ook die rondom Utrecht, een zogenaamd bomvrij gebouw. Dit zijn gebouwen van zwaar metselwerk voor het verblijf van de militairen en het opstellen van geschut die bestand zijn tegen projectielen gevuld met buskruit. De nieuwe, verbeterde forten blijken echter bij oplevering al weer hopeloos verouderd. Bovendien neemt de reikwijdte van geschut in deze tijd sterk toe. De belangrijke steden moeten dus op grotere afstand worden verdedigd. Tussen 1860 en 1870 worden daarom, ten (noord)oosten van Utrecht, de forten Ruigenhoek, Voordorp, Rijnauwen en Vechten gebouwd. Uit deze periode dateert ook de Kringenwet die bepaalt dat er in cirkelvormige gebieden (kringen) rond de forten niet in steen gebouwd mag worden. Een vrij schootsveld is zo gegarandeerd omdat de wel toegestane houten woningen bij oorlogsdreiging snel kunnen worden afgebrand. Ten oosten van de forten Blauwkapel en De Bilt treffen we deze woningen nog aan.

Einde uniek verdedigingssysteem
Tijdens de Frans-Duitse oorlog (1870) en de 1e Wereldoorlog (1914-1918) mobiliseert Nederland en vinden er (beperkte) inundaties plaats. Het blijkt dat de militaire ontwikkelingen de effectiviteit van de Waterlinie flink hebben aangetast. Vanaf de Eerste Wereldoorlog begint men met de bouw van kazematten en met de bouw van groepsschuilplaatsen van gewapend beton in en bij de forten. (een kazemat is een ruimte voor geschut in een rondeel of bastion. Het woord wordt ook wel gebruikt voor een klein, zelfstandig verdedigingswerk, dat met geschut is uitgerust) Eind dertiger jaren wordt er een enorme bouwinspanning geleverd om de Waterlinie bij de tijd te krijgen. Tijdens de meidagen van 1940 blijkt de Waterlinie haar verdedigingswaarde echter grotendeels verloren te hebben. De Duitse luchtmacht vliegt over de geïnundeerde gebieden en de forten heen en dropt parachutisten bij de grote steden in het westen. Het bombardement op Rotterdam dwingt Nederland op de knieën. De moderne oorlogsvoering luidt zo het einde in van de Nieuwe Hollandse Waterlinie als eeuwenoud en uniek verdedigingssysteem.

De Nieuwe Hollandse Waterlinie loopt van het Muiderslot aan de Zuiderzee tot het slot Loevestein in de Biesbosch, is 85 km. lang en 2 tot 5 km breed. Er zijn zo'n 150 forten en kazematten en 6 inundatiekommen. De linie dient tot bescherming van de provincies Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland.
De waterlinie was in gebruik tot en met 2e Wereldoorlog en is in 1995 aangemeld voor de Wereld Erfgoedlijst van de UNESCO.


Bron: Cultuurtechniek, Gemeente Utrecht
Meer informatie over de forten: www.utrecht.nl/forten